Adieu Dageraad!

20 06 2009

IMG_4995

Vandaag was ik even te gast bij de studenten van de Dageraad uit Kortessem.

Ze kregen een gefilmde en gemonteerde versie van hun verhaal. Ik zat tussen hen in en zag en hoorde hen. Ze schreven me – ieder apart – een brief. Blijkbaar heeft dit project een diepe indruk op hen gemaakt. Zij zijn mensen die heel open hun wereld hebben laten zien. Iets waar ze in de theaterwereld waar ze hun monden vol hebben over hoofden en buiken en andere lichaamsdelen die spelers belemmeren speler te zijn (wat een onzin!) nog veel van kunnen leren. Hallo, culturele sector? Wanneer gaan we iets leren?





Daan.

17 06 2009

Ik heb Daan een paar jaar geleden leren kennen op een filmset. Sindsdien komen we elkaar nog wel eens tegen, meestal ergens tegen de ochtend voor een gesloten parkingdeur op het moment dat je nog net je naam kan zeggen en lachen. En nu heeft hij wederom een fantastisch nummer gemaakt. Ook daar hebben we ‘t ’s nachts al over gehad…





de af – vragen!

15 06 2009

Soms vraag ik me af of ik wel sterk genoeg ben voor deze wereld?
Soms vraag ik me af of ik wel kan wat mijn ouders en broers hebben gekund en kunnen?
Soms vraag ik me af of het wel gezond is daarbij stil te staan?
Want ge moet het zelf doen natuurlijk. En dan zijn er geen ouders en geen broers.
En ik doe het helemaal zelf, helemaal anders dan mijn ouders en broers.
En toch lijk ik op hen. Want ik ben familie van hen. En familie daar kiest ge niet voor en toch lijkt ge d’r op. Ook al weet ge soms niet dat het familie is.
En dan vraag ik me soms af of ik dan ook ga meemaken wat zij hebben meegemaakt?
En dat is niet altijd even tof…
Soms vraag ik me dan af of het me dan misschien wel juist goed zo doen mee te maken wat zij hebben meegemaakt?
Soms vraag ik me dan af of ik het misschien wel al meemaak?
De goeie dingen dan.
Soms vraag ik me dan af of ze misschien alleen de goeie dingen voor me bewaren?

 Want dat kunnen zij, mijn familie…’t Zijn eigenlijk helden! Ridders die ik naspeel met mijne zoon!
En dan worden alle vragen beantwoord.





Theater van het zichtbare.

13 06 2009

Die hele onderhandeling voor de nieuwe Vlaamse regering da’s het theater van het zichtbare. Juist, dat laat niks zien en leeft van de suggestie. In het theater kan dat fijne spanningsvelden opleveren maar in het echte leven is diezelfde suggestie als een dodelijk geweer voor onze maatschappij. Maar wat is de sleutel om al onze dromen waar te maken? Kunnen we dat niet zelf? Hebben we echt een regering nodig ook al lijkt ze meer op een dictatuur? Het is wel lachen dat het Vlaams nationalisme jaren is uitgespuwd, dat het een schande was te zeggen dat je Vlaming was dat het bijna fascistisch klonk het woord Vlaming uit te spreken en dat het nu zogezegd een democratisch gezicht heeft gekregen in de vorm van een Bart Dewever…
Als  kind was ik bij het VNJ (Vlaams Nationalistische Jeugd) daar zag ik hoe die Vlaamse leeuw werd rond gedragen en las ik gedichten van Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach maar dat mocht je nooit luidop zeggen. Een tijdje begreep ik waarom. Waarom sommige mensen dat liever stil hielden. Ookal had het dezelfde schijnheiligheid als pakweg de Paus en nu is het weer gelegaliseerd om het te zeggen. Jammer genoeg heeft die hele rechtse beweging in de jaren negentig zulk een foute connotatie meegekregen dat ik nu niet meer zuiver naar dat Vlaming zijn kan kijken. Het voelt als een gekwetste ziel met een bierbuik. Het ziet er ook zo uit. Is Vlaming zijn hetzelfde als  fascist zijn? Zijn de kiezers van Bart Dewever echt van bij het Vlaams belang en LDD weg getrokken? Als dat zo is dan schaam ik mij om Vlaming te zijn. Want binnen de kortste keren zullen er weer een aantal gekken op staan die in groep liederen zingen die ik als kind ook moest zingen en die in diezelfde groep weer leuzen zullen roepen om hun dikwijls dronken zielen te sussen. En met die leuzen dat Vlaming zijn weer tot schande maken. Want zoals Sven Gatz me tijdens een tijdens een Cultuurdebat toewierp; “ een mens maak je niet; een mens ben je.”. Die kiezers maak je niet die kiezers zijn dus…Arm Vlaanderen. Diezelfde Sven Gatz zit nu in het koppeloton voor de VLD. Ik ben niet vergeten waar hij vandaan komt en daarom geloof ik hem niet. Hij spreekt de woorden van zijn broodheren uit ambitie. Het theater van het zichtbare leeft van de suggestie, laat dat zien wat er niet is. Dat is volgens mij Vlaanderen. Dankzij de politiek.





mas Domingo I

8 06 2009

Zalig soezend samen met mijn zoon lag ik het in opperste zuiden, daar waar de aarde de lucht raakt. Daar waar je soms bedolven wordt door de eigengereidheid van de wolken. Zij hebben het immers voor het zeggen. In dat godvergeten plekje reed ik de eerste dag – toen ik het plekje aan het zoeken was – mijn auto vast. Alsof dat plekje me wilde beproeven. Alsof de slangenarend die veertien dagen mijn buurman is geweest me liever rauw lustte. “Hier ben je snel vergeten”, riepen de dorpelingen van Boule d’ Amont, zo heet dat plekje en “ Hier vergeten ze dat je bestaat.”, fluisterde de eigenaar van de Mas Domingo waar ik veertien dagen met vriendin en kind naar toe trok om te rusten. “Ik heb veel ongeluk de laatste tijd.”, zei de eigenaar, “Ik heb een paard dood en toen viel mijn auto op mijn hoofd en het blijft maar door gaan….”. Hij haalde zijn dunne vinger door de lucht alsof er iets maalde. Alsof je wat je denkt uit de lucht kunt halen. Het onkruid stond er zeker een halve meter hoog, het zwembad was niet gevuld, het huis was niet gepoetst, de televisie deed het niet, de afwasmachine was stuk maar daar had dit alles zijn charme. Ook al vloekte ik en vervloekte ik het de man deed zijn best om het allemaal zo snel mogelijk te regelen en ondertussen haalde hij zij gedachten uit de lucht. Liedjes neuriënd, samen met mij filosoferend over het leven en de liefde. En telkens herhaalde hij dat hij veel problemen had. Soms leek het of ik op bezoek was bij een dakloze die in het bezit was van de mooiste plek op aarde maar er zich niet bewust van was. Met dat verschil dat hij zeker wel een dak boven z’n hoofd had. Op z’n zestien was hij gevlucht, een tijdje “verloren zoon” geweest en nu woonde hij daar, de eene keer al dertig jaar de andere keer nog maar twintig. Vanalles had hij al gedaan en nu verhuurde hij dit godvergeten plekje. Mijn zoon leerde er zwemmen. De natuur gaf elke dag een adembenemend schouwspel en gaf mijn geest eten en drinken om er weer tegen aan te gaan.