Heb gisterenavond de laatste Vaders in Antwerpen gespeeld. Het was een feestje. Nu nog in Sint Niklaas en in Maaseik en dan is het gedaan met dit verhaal. En zo maak je elk seizoen een paar verhalen met hart en ziel en telkens weet je dat je afscheid moet nemen. Dat is een zekerheid. En soms komt het verhaal terug en soms is het afscheid voor altijd. Dat heeft met van alles te maken. Ook factoren die je zelf niet in de hand hebt. Ik weet wel dat mijn producties immer met de nodige arendsblikken in de gaten worden gehouden…en dat is alleen maar goed. Dat brengt met zich mee dat ik steeds verder zoek dan het Ketnet – niveau waar ik sommige collega’s mee zie uitkomen. Niks mis met Ketnet maar in theater en zeker in het gesubsidieerde circuit moeten we nieuwe paden zoeken om een verhaal te vertellen.
En toch blijf ik me verwonderen over het niveau van sommige producties en hoe ze dan goed bevonden worden door recensenten. En wat me dan op valt is het scouts niveau van deze producties. Soms in het verhaal, soms in de montage, soms in de manier van spelen. Het enige wat dan mist is de geur van frieten en zweetvoeten. Ik denk dat ik dat niet kan en hoe komt dat dan? Misschien omdat ik nooit bij scouts ben geweest. Nee, ik was bij het VNJ in een tijd dat de Volksunie het meest extreme was wat dit landje voort bracht. Ik was nog maar een kind, het jongste lid van deze beweging. Ik werd meegenomen op kampen waar ik nacht na nacht in mijn slaapzak plaste en stond met open mond te kijken naar vendelwaaiers en trommelspelers op nationale zangfeesten en ijzerbedevaarten.
Ik begreep er niks van en dat is eigenlijk – in weze – nog niks verandert.
Net telefoon gehad dat de moeder van mijn zoon weer moeder is geworden.
Ik ga iets drinken en kijk naar de lucht.


Recente reacties