cultuur = raar!

31 08 2008

 

Hilarische scene uit Jiskefet, “Raar”. Even herkenbaar als typisch en ook waar.





de luis en de dood.

30 08 2008

Ik ben een luis en verder niets.Ja, ik ben inderdaad een luis, en een luis ben ik alleen al daarom, omdat ik er nu over mediteer dat ik een luis ben, en ten tweede omdat ik een maand lang de algoede voorzienigheid aan het hoofd heb gezeurd en er haar voor als getuige heb aangeroepen, dat niet mijn eigen zin en lust me tot die daad drongen, maar dat het mij daarbij om een hoog en heerlijk doel ging, haha! En dan ten derde, omdat ik mij had voorgenomen  bij de uitvoering van mijn daad met de grootst mogelijke rechtvaardigheid te werk te gaan. Gewicht, maat, rekenkunde – alles moest kloppen! En zo koos ik dan van alle luizen  de meest nutteloze uit en ik nam me voor, haar, als ik haar had doodgeslagen, slechts zoveel af te nemen als ik nodig had, noch min noch meer. En tenslotte, tenslotte ben ik nog een luis omdat ikzelf misschien nog veel akeliger en walgelijker ben dan de luis die ik heb doodgeslagen. O, wat is dat gemeen! O wat is dat laag!





Weekend!

29 08 2008

 

Het weekend staat voor de deur, wat moet ik doen:

*uitbreken van muren in mijn huis.

*mijn hart – limburg afwerken.

*de moeder van mijn zoon veel geluk wensen met haar huwelijk.

*aan mijn zoon denken op het feest…

*het is cultuurmarkt, cultuurminnend vlaanderen ruikt aan elkaars kont, aangezien ik daar deel van uitmaak moet ik misschien ook eens langs gaan maar dat van die kont steekt me zo tegen.

*af en toe iets aan mijn lippen zetten of door mijn strot duwen.

Goe weekend van onder een dikke steen!





Man kijkt alleen naar Liverpool – Standaard.

28 08 2008

Ik hou niet van eenzaamheid.

Nee. Soms kan ik gewoon uren naar het voetbal op tv kijken.

Gewoon.

Om de tribunes vol te zin staan met mensen.

En te denken.

Te denken dat ik er bij zou horen.

Maar dat is niet zo

Het gedacht is veel sterker dan wat dan ook.

Ik hou helemaal niet van voetbal.

Ik weet nog altijd niet wat een off side is.

En dan moet ge weten dat mijn vader dat elke avond riep.

“Godverdomme, arbiter, dat is ne pure off side! ZIEDE GIJ DAT DAN NI!”

Ik heb het hem nooit durven vragen. Maar ik denk dat die mensen daar op die tribunes ook niet weten wat nen off – side is.
Bijlange ni. Die kunnen gewoon ook ni tegen de eenzaamheid en daarom zitten ze dan in groepen en verenigingen. Dat heb ik nooit gedurft.

Ik heb schrik van mensen die ik niet ken.

Soms gaat het beter.

Als ik weer is ne film zien over mensen die nog meer schrik hebben van mensen die ze niet kennen. Dan voel ik me weer wat beter.

Dan denk ik,

Ja,

Denk ik dan.

Het heeft geen zin zoveel schrik te hebben. Schrik is iets van voorbijgaande aard.

Maar mij aansluiten bij ne groep dan doe ik ni. O, nee. Dan val ik nog liever dood.

Echt waar.

Boef. En ‘t is gedaan.

Geenen asem meer uit mijnen mond. ‘t kan me  ni schelen da’k ni sociaal genoeg ben. Just geen kloten kan me dat schelen.

Just niks. Geeft mij maar een stadion vol met mensen die ik ni ken.

In ne positie waarvan ik zelf kan bepalen wanneer ik ze wegjaag.

Zap.

En ‘t is gedaan.

Leve de eenzaamheid.

Leve de 1 – zaam – heid.

De hei.

Dat is nog zoiet.

Mensen gaan wandelen op de hei.

Mensen moeten in beweging zijn.

En daarna ne pannekoek eten in “’t hoeveke”.

Nee bedankt. Ik wandel van mijn keuken naar mijn living.

En soms.

Soms.

Trappeke op.

Naar de wc.

En dat voel goed.

Daarbij.

Masturberen. Dat zijn evenveel calorieën dan ne keer den trap op en af lopen.

Just zoveel. Dus ik heb geen sport nodig.

Als ge verstaat wat ik bedoel.

Maar verstaat ge mij.

Hey gij!

Verstaat gij mij!

 

(smijt een pantoffel naar zijn televisietoestel. Zwart niks)

 

Ik denk dat ‘em kapot is.

Och ja, dan moet er morgen iemand langs komen.

Laat maar komen.

Ze moeten hun teevees maar wat steviger maken.

Allé.

En dat van ne stoemme sloef.

‘t is allemaal niet meer zo stevig.

Speelgoed.

Ja, maar geen stevig speelgoed.

Plastic speelgoed.

Vodden.

Niet zoals het in den tijd maakte.

Stevig.

Uit hout.

Houten figurekes.
Uit schoon hout.

Geen waaibomenhout.

Maar schoon hout.

Hout.

Hard hout.

Geenen MDF.

Minstens grenen.

Niks geperst.

Maar hard.

Stevig.

Hout.

H O U T.

Of iets anders.

Maar stevig.





Gezelligheid.

25 08 2008

Schat, geef je de suiker eens.

 

Dank je.

 

Nee, schat, dit is de suiker niet, dit is het zout.

 

Dank u wel.

 

Dit is de suiker.

 

Dank u liefste.

 

De suiker zit namelijk in de suikerpot.

 

De suikerpot heeft een blauw dekseltje.

 

Het zoutvat -onzijdig enkelvoud- heeft een groen dekseltje.

 

Blauw!

 

Groen!

 

Ordnung muss sein.

 

Ik hou wel van wat gezelligheid.

 

Liefste, waar is mijn tandenborstel?

 

Nee, dat is die van jou.

 

Ik had een tandenborstel met een blauw streepje.

 

Hij stond altijd hier rechts voor de spiegel.

 

Naast die van jou.

 

Die heeft een groen streepje.

 

Dit is een tandenborstel met een groen streepje.

 

Dit is van u.

 

Dit steek ik niet in mijn smoel.

 

Hygiëne voor alles.

 

Ordnung muss sein.

 

Ik hou wel van wat gezelligheid.

 

Liefste?

 

Liefste?

 

Ben je nog wakker, liefste?

 

Liefste?

 

Ben je nog aan het kijken naar de film?

 

De film?

 

Ben je nog naar de film aan het kijken of was je al in slaap gevallen?

 

Nee, maar ik dacht; als je slaapt kan ik misschien even naar het nieuws kijken of zo.

 

Mag ik het afzetten dan?

 

Maar je was toch helemaal niet meer aan het kijken.

 

Trouwens, de klank stond zo stil dat je het al helemaal niet meer hoorde.

 

Liefste: van wie is die tv hier?

 

Welke kleur heeft dat stikkertje bovenop de tv?

 

Blauw?

 

Hoor ik blauw?

 

Ja?

 

Juist.

 

Wie is blauw?

 

Ja, de video is groen.  Dat is juist.

 

Maar wie is blauw?

 

Wie is blauw.

 

Ik ben blauw.

 

IK BEN BLAUW. 

 

Ordnung muss sein.

 

Ik hou wel van wat gezelligheid.

 

Maar ik ben blijkbaar de enige.

 

 

 





de binnenkant.

25 08 2008

 

Een gebroken hart schuurt tegen de binnenkant van mijn borst

Dit hoort niet te zijn

Want dit doet pijn

Een iets dierbaar heb ik verloren was het liefde waar ik niet voor ben geboren.

Ik weet het niet.

Ik weet alleen;

het doet pijn en dan kan

je alleen maar zijn.

Een hoopje wandelende stof.

Verliefd op de hele wereld.

Maar ik durf het niet te zeggen.

Angst.

Bang.

Slang.

Dat iemand me zal bijten.

Woorden die verwijten en

gillen dan mijn naam.

Huilende moeders in

hoekjes van bedden.

Depressies die niet  vallen te redden.

Daar sta je dan als kind.

Bemind

Alleen te beven.

Vrezen.

Dat het leven ook voor jou zo zal worden.

Nee, jij zal je niet laten breken.

Dat heb jezelf niet in de hand.

Voor je’t weet heb je je verbrand.

De foute glimlach

op de foute plek en je leven staat boven op een hek.

Grootte pinnen en geen van je vrienden weet je te vinden.

Daar sta je dan heel alleen.

Dat is ‘t leven.

Niemand om je heen.

Ga. Ga door.

Vecht en loop en wees daarbij nog gezond.

Dan weet je dat je opdracht mislukt.

De etter loopt uit je kont.

Je kan niet terug. Je moet nu door.

Ook al zoek je voor je eigen daden nog een metafoor.

Je wil nu gaan.

Je zult nu gaan en dan voor je’t weet ben je d’r aan.

Opgelopen. Opgebruikt.

Je leven naar de kloten.

Je geest gefnuikt.

Bijf niet zitten onder de spoelbak van je moeder want je moet naar ‘t wc en kakken in een kast ruikt naar ongemak en kinderlijkheid die jezelf nu tentoonspreidt.

Ga. Ga door.

Welkom in ‘t schone leven zingen we in koor.





Strange days…

23 08 2008

We woonden met ons gezin in de Molenlei te Merksem. Mijn broer Peter zat in zijn puberjaren en had een groepje, “The Macho Party.”. Ze repeteerden bij ons op zolder. Als kleine broer mocht ik dit heilig schrijn van de toekomstige ridders van de punk zeker niet betreden. Als kleine broer mocht ik enkel af en toe een repetitie bijwonen en hun hits zoals“stront, zuip en spouwsel!” mee zingen. In die periode en op diezelfde zolder had hij ”Grease” en “Olivia Newton John” in koeien van letters op de zolderbalk geschreven. Was het de periode of zegt het iets over mijn broer wie zal het zeggen?  Kort daarna is hij gaan volksdansen om in contact te komen met zijn eerste lief. Strange days…





Harald’s feestje

21 08 2008

Terwijl de Belgen er op de olympische spelen nog steeds niks van bakken en er een ober op de televisie meld dat een “surprise menu” een verrassingsmenu is is mijn neef Jeroen Perceval bijna klaar met zijne nieuwe voorstelling; “harald’s feestje”.

Dit verhaal is op 11,12 en 13 september te zien in de “Monty“in Antwerpen.

“WEES VLUG MET HET BESTELLEN VAN KAARTEN AANGEZIEN

ER NU AL RIJEN AAN DE KASSA STAAN DIE LEGENDARISCHE PROPORTIES AANNEMEN

EN U WAARSCHIJNLIJK NIET VEEL KANS MAAKT IN U LEVEN 

OM ZOIETS NOGMAALS TE AANSCHOUWEN

TENZIJ DAN MISSCHIEN WANNEER DE SPORTPALEIS REEKS IN 2010 

WORDT VERLENGD MET 20 VOORSTELLINGEN”

 

 

 





Ave Regina.

20 08 2008

 

Gisteren ben ik voor de voorstelling MIJN HART naar Lovenjoel geweest. In Ave Regina, een tehuis voor kinderen van 03 tot 21 jaar, maak ik een vertelling vanuit het standpunt van het kind. En weet je wat? Hoe erg het ons daar lijkt te zijn. Zo doodnormaal is dat voor die kinderen. Ze kennen niet anders dan zonder ouders of familie de dag door te brengen. Pas op latere leeftijd komt er een besef van wat ze gemist hebben en vallen ze in een(diepe) put. Het gebouw is groots, mastodont waar je in verloren loopt. Het terrein is nog grootser. Hier zie je kleine gekwetste wezentjes waarvan sommige al op vroege leeftijd zijn opgegeven door hun omgeving. Wat de reden ook mag zijn dit blijft wraakroepend. Ik kan me enkel sussen met de gedachten dat deze kinderen omringd worden met veel liefde van het team dat rond hen staat…





mijn hart! deel 1 – 2007

18 08 2008

 

Mijn vader was een vlinder.

Zijn vleugels waren van paardenbloemen.

Zijn lichaam was van leder, groot en sterk.

“Als je groot bent dan krijg je een olifantenvel!” en hij vloog weg.

Daar hing ik, in mijn eerste kleine huisje.

Ik zag de wereld  door mijn aderen.

Kleine buisjes die me eten gaven.

En meer en meer.

Ik werd te dik.

Plofte open.

Mijn eigen dikke lijf kroop als een groen glibberig ding over de weg.

De lucht wreef met haar kouwe handen aan mijn neus.

“Ik heb kouw!”

Ik vroeg me af waar dat olifantenvel was want lang zou ik het hier zo niet volhouden.

“Doe niet zo flauw!”.

Daar, in die fruitboom waar jij nu zit zat een kleine Spaanse bosmus.

“Wie ben jij?”, vroeg ik.

“Mijn naam is Amberes!”, tsjilpte de mus en vloog tot in de kruin van de boom.

Daar  flapperde ze met haar vleugels de mooiste flapperdans die je je maar kon voorstellen.

En terwijl ze dat deed rees de zon aan de horizon. Knalgeel licht verlichtte de wereld. De zon was geboren!Oh, wat een heerlijk warm gevoel!

Ik stak mijn hoofdje naar boven en genoot. 

“Kom je mee naar de Vuilbeek?”, krijste Amberes.

“De vuilbeek?”, zei ik voorzichtig want mijn stem was nog maar net geboren.

“Daar is iedereen!”, tsjirpte ze luid, “Kom volg!”.

Ze vloog weg en ik deed mijn uiterste best om haar te volgen maar de rusp die ik was was niet zo snel als een Spaanse vogel.

“Vlieg met me!” en  Amberes vloog met een razende snelheid en een hete adem op me af.

Ze sperde haar bek wijd open en pikte me op.

Ik vloog!

Ik was slechts een rups maar ik vloog!

Onder mij zag ik de fruitbomen, ook die waar jij nu zit.

De Spaanse lucht van Amberes floot langs mijn kale lichaam en zij genoot duidelijk  van mijn aanwezigheid in haar bek.

Pas later begreep ik dat dit voor een vogel niet eenvoudig moet zijn. Een rups in je bek houden en toch niet opeten! Deze grote vorm van vogelliefde kwam ik in de eerste seconden van mijn leven al tegen en zou me de rest van mijn leven tekenen.

Daar waren; DE VUILBEEK!

Een mooier water had ik nog nooit gezien.

Ik had dan ook nog nooit water gezien.

Amberes plofte me zachtjes aan de rand van het water neer en ging met haar vleugels in de koele plas zitten.

“De vuilbeek, señor!”. “Alles aan deze kant is netjes. Alles aan die kant is vuil.”

Ik hief mijn kleine kale rupsenhoofd de lucht in en zag een groot dik varken zich in de modder draaien.

“Ik voel me goed, ik voel me goed!”, herhaalde het rozige wezen terwijl het zijn dikke pens in de modder wentelde.

“Wat heb jij voor?”, schatterde Amberes met haar hoofd in de lucht alsof ze iets onaangenaams rook en dat was ook zo.

“Mijn meisje…”, stotterde het varken, “mijn meisje heeft me afgewezen omdat het water tussen ons te diep is.”

“Het water te diep? Wat wil je daar mee zeggen?”, schetterde Amberes.

“Er zijn te veel verschillen tussen ons.”, knorde het varken zijn neus in de modder draaiend.

“Om te beginnen, vind ze me te dik. Ze vind dat is stink…”

“Dat is zo…”, knarste Amberes tussen haar bek.

“…en dat ik geen manieren heb. Maar zelfs als ik mijn uiterste best doe voldoe ik nog niet aan de hoge eisen die ze stelt.”

“Dan is het geen echte liefde.”, sneerde Amberes naar de stotterende stinkende massa vlees.

“Echte liefde overwint alles!”.

“Overwint, wat is overwint?”.

“Overwint is dat wat je voelt als je niet meer alleen bent. Overwint is de liefde die je hart verwarmt en niet je hoofd dat denkt.Na overwint sta je op de top van een berg en kan je de wereld aan.”

Het varken zuchtte en draaide zich nog een keer in de modder om in de hoop dat deze modderpacking iets aan zijn dikke lijf zou verhelpen.

“Maar ik heb zo’n laag zelfbeeld.”, zei hij. “Ik kan niks , ik kan niet eens fluiten. Ik ben een varken niet meer en niet minder. En een varken is maar een varken.  Ik kan mezelf toch niet veranderen. Ach, ooit zal ik wel eens de liefde van mijn leven vinden. Ooit.”

Het werd heel stil rond de Vuilbeek.