zwak moment.

30 05 2008

Vanuit mijn tuin kijk ik op een uitvaartcentrum. Daar zie ik soms heel veel, soms een handje vol mensen zitten om wat ze “de laatste groet” noemen te brengen. En dat bijna non-stop. De dood is echt een carrousel, is ook big – business. In allerlei formaten en kleuren zie je stoeten voorbij komen. Als ik er over nadenk dan nemen ze je op een zwak moment om allerlei rites in je maag te splitsen. Onder het mom van “ wij regelen alles terwijl u rouwt” en “wij hebben de ervaring” zetten ze hun voet tussen de deur. Handige jongens die zich aanpassen aan elk geloof.  





het niet begrijpen.

30 05 2008

 

De man stond met zijn koffer op het perron. Het station was verlaten. Niemand wist waarom hij vertrok. Hij dacht dat dat het beste was. De trein denderde binnen, op het bordje stond dat je hier niet in mocht stappen. De trein vloog in een rotvaart voorbij. De man was weg. Hij had niet gewacht. Waarom hij niet gewacht had wist niemand. Hij dacht dat dat het beste was. Zo viel hij niemand lastig. Hij dacht er al vele jaren over na. Vele plekjes bekeken waar hij kon verdwijnen. Niemand wist waarom hij wilde verdwijnen. Ik was bij zijn afscheid en zag dat hij vele vrienden had, een grote familie, een geliefde en zelfs een kind. Niemand begreep waarom hij afscheid nam. Allemaal vroeger ze zich af waarom hij het gedaan had want het was zo fijn, hij was zo fijn. Hij was een vriend van iedereen en dronk met iedereen. Zelfs wist hij niet waarom, zei hij.Hij klampte me aan op een terras en zei dat je  niet altijd alles hoefde te begrijpen. Ik begrijp het.





de croque monsieur vader!

29 05 2008

 

Soms heb ik spijt dat ik vader ben. Ik kan die verantwoordelijkheid niet aan. Neem nu bijvoorbeeld zoiets simpel als eten maken voor je kind. Dat is godverdomme wreed moeilijk. Vandaag dacht ik goed te doen door croque monsieur te maken. Dat lust mijn kind al wel eens. Wel, dat is niet zo. Soms lust hij dat. Vandaag niet. Dat was duidelijk. En dan MOET ik van alles en eigenlijk ook niks maar zo ben ik niet. Ik ben zelf opgegroeid met een groot verantwoordelijkheidsgevoel; tegenover de hele wereld. Dat zit ‘em in kleine dingen zoals je bord leeg eten om je moeder het gevoel te geven dat het eten lekker is. Maar dat was in mijn geval nooit lekker! Dat was altijd een kotelet die al koud was toen ze op het bord kwam, gekookte aardappelen en spruiten of witloof. Zoiets. Niet meer en niet minder. En toch at ik het dag na dag op. En waarom? Om mijn moeder het gevoel te geven dat ze lekker had gekookt. “Mmmmm mama,lekker.”. En zo werd ik dik zonder dat ik het wilde. En maar vetter en vetter. Alleen maar om mijn moeder niet triest te maken.

 

En nu ben ik vader en dat probeer ik zo losjes mogelijk te doen. Niet te veel regels en tegelijk houd ik mijn kind aan een touw vast, “het touw van zijn leven”. Noem het een denkbeeldige navelstreng ofzo. En dan maak ik dus croque monsieur omdat ik denk dat hij dat lekker vind maar hij vond dat niet lekker. Toch niet vandaag en dan zegt hij dat omdat hij geen verantwoordelijkheidsbesef heeft. Wat zou hij ook? Hij is vier jaar, ik doe nog alles voor hem. Ik ben verantwoordelijk over en voor hem.

 

En dan toch wil ik dat hij die croque op eet. Ik stel een regel; “je eet die croque op of anders ga je zonder eten zo en direct naar je bed”. Ik hoor het mezelf  zeggen met een irritant vingertje in de lucht. En toch doe ik het, ook al wil ik het niet, ik doe het. Met een lange lip heeft hij zijn croque -die ik dacht dat hij lekker zou vinden- opgegeten en dan hij is vervolgens met zijn mayonaise – handen in mijn zetel geploft maar toen ik de vetvlekken zag kon ik niet boos zijn want ik hou van hem en ik wil niet dat hij iets doet of laat omdat ik het leuk zou vinden.

 

Ik wil mijn kind natuurlijk een soortement van besef meegeven maar ik weet nog niet welk. Ik ben daar zelf niet zo goed in dus laat staan dat ik het mijn kind mee geef. Ik ben zelf nog opzoek naar het hoe en waarom van dit bestaan en misschien moet ik daar niet zo bij stilstaan. Misschien is het dat. Ja, dat zal het wel zijn. Ik ga morgen maar weer gewoon verder als vader zoals ik bezig was en niemand zal het merken zelfs mijn kind niet.





ogen open.

29 05 2008

De nacht kruipt in stilte voorbij.

Geen gewoel, geen gekrab van mijn geliefde.

De sterren fonkelen alsof ze in en uit ademen.

De lucht ontneemt me mijn zuurstof.

O, waanzinnig stille nacht,

Hoe lang zal je nog dit leven domineren?

Ik verlang naar een hartenklop, een lied van liefde.

Ik weet dat ze daar is,

Binnen handbereik.

Mocht ze willen zou de nacht nooit meer zo zijn.

Mocht ze willen zullen onze nachten altijd samen zijn.

Het duister omarmt me en duwt me in de slaap van dit bestaan.
Met je ogen open verder gaan.





Paola 246

27 05 2008

 

Vorig jaar rond deze tijd maakte ik samen met Stefan Kolgen in opdracht van Het Paleis paola246. Het verhaal van een eenzaam meisje die met haar vader samen leefde en opzoek ging naar haar moeder. Het was een razend succes en het voordeel van het internet is dat er overal nog  sporen van te vinden zijn. Het was een onderzoek naar identiteit op het internet en hoe je daar als theatermaker mee kan omgaan of in mee gaan. Een ontzettend arbeidsintensief project waar ontelbare mensen in meeleefde. Misschien is het tijd voor een vervolg?

 





een dichter – bokser

26 05 2008

Mijn vader, en hij daar had helemaal terecht zo zijn redenen voor, wilde dat ik bokser werd om me assertiever in dit leven te laten staan. Ik heb het nooit gedaan en nu kijk ik naar mijn zoon en denk soms dat het goed zou zijn mocht hij later gaan boksen. Zeker als je deze ziet, de dichter – bokser.





geluk in je mondhoeken.

26 05 2008

Geluk is met je mondhoeken in de lucht.

Of zie je geluk soms niet?

Dan sluit je je ogen en laat je wegzinken tot de zon weer op komt.

De stilte vult de ruimte,

Een ballon vol stilte.

Zo is het weer tijd om te werken werken.

Het getrappel als acteur, ter plaatste om een klein beetje winst te maken.

Als paarden op en neer.

De woordjes voelen die voorbij zwemmen.

Altijd voelen zonder je hoofdje pijn te doen.

Boem!

Het begin van een nieuwe werkweek

waar je op het einde een dag nodig hebt om het getreur van al deze woorden.





kort 1, 2 en 3

22 05 2008

Sommige mensen organiseren feestjes om de mensen te ontmoeten die ze al kennen. En heel soms ontmoeten ze dan op zulke feestjes iemand die ze niet kennen of toch niet direct en meestal word dat hun partner en dan schrikken ze later dat iedereen iedereen kent. Toeval!

 

Vandaag hoorde ik twee vrouwen op straat. Zei de eene tegen de andere; “ja, dat spreekt boekdelen.” . “Ja,”, zei de andere, “dat hangt er vanaf  wat voor boeken het dan zijn.”. Ze keken elkaar aan en begrepen elkaar ook al dacht ik dat ze dat niet deden.

 

Vandaag vertelde een man hoe trots hij was omdat hij drie zendmasten op zijn dak had staan. “Eén van Base, één van mobistar en één proximus.” Een grote stalen mast rees vanuit zijn dak naar de hemel. “Maar zelf heb ik hier altijd slechte ontvangst.”, zei hij lachend, “ te veel keuze is ook niet goed.” Daarna hadden we het over structuur en hoe dat ons maakt tot wie we zijn. Op het einde van het gesprek ging zijn mobiele telefoon. Hij nam op deed een korte babbel en keek naar de zendmast. Toen de verbinding weg viel zag ik de ontgoocheling uit zijn broek druipen. Iets waar hij op gehoopt had was er niet meer. Hij ging op een stoel zitten gooide zijn telefoon weg en begon wild in zijn haren te wrijven. “Ik ben zo alleen!”, riep hij en het leek of alle structuur uit zijn leven weg glipte.





ne plakker

22 05 2008

 

Dit is zowat het beste nummer ter wereld, zeker als het gaat over nen dikke vette plakker zo dansvloergewijs,  en in mijn vorige job heb ik de heren van deze groep ooit hun aperitief gebracht. De zenuwen gierde door mijn lijf, een jaar later was de zanger dood. Ik hoop dat het één niks met het ander te maken heeft.

 





vlaams autisme.

21 05 2008

 

Gisteren speelde ik de allerlaatste Wortel Van Glas in het kader van het palletfestival in Het Paleis te Antwerpen. Het was ontzettend fijn, intens en emotioneel voor me om afscheid te nemen van deze voorstelling. Er volgde een daverend applaus. Maar dan achteraf werd ik wederom geconfronteerd met wat ik noem het Vlaams autisme. Aan de bar stonden er enkele mensen hun gal te spuwen over deze voorstelling tot ze zagen dat ik daar achter hen stond. Ze porde elkaar aan en deden lacherig teken dat ik daar stond en ze zwegen.  Kijk, mensen mogen iets slecht vinden dat vind ik helemaal niet erg maar dat ze dan hun menig ook gewoon kenbaar geven en niet vluchten in lacherig scoutisme. En dat heb je alleen in Vlaanderen. In alle andere landen in deze wereld komen mensen je eerlijk zeggen wat ze er van dachten maar hier in Vlaanderen steken ze nog liever hun hoofd in hun hol dan hun mening te ventileren.

Gelukkig is er nog steeds geen exacte definiëring van autisme (alles en iedereen is autistisch) en dus zijn er ook mensen die op je wachten om te zeggen dat ze er van genoten hebben. Heerlijk.